Beweging en bewegend leren

We gaan hier leuke opdrachten opzetten die kunnen dienen als energizer (ontspanningsspelletje na inspanning) of spelletje waar je meteen iets van leert (bewegend leren).

We wensen jullie veel plezier!
O,ja. Maak een leuk filmpje en deel die met je juf of meester.


Bewegend leren
 
Rekenen
Onderbouw:
- Filmpje om te oefenen met cijfers  t/m 20 en cijfers t/m 10
- Filmpje om te oefenen met kleuren
- Filmpje om te oefenen met vormen
- Filmpje om te oefenen met tellen en gooien. Hier heb je sokken en pannen/schalen/bakken voor nodig.
- Filmpje op een 'creatieve' manier oefenen met vormen en kleuren.
- Om de cijfer te kunnen oefenen kun je ook flitsen. Je maakt kaartjes met de cijfers er op en laat ze kort zien en het cijfer benoemen. 
- Je kunt de kaartjes ook gebruiken om ze te laten tellen tot 10 of 20 en ze op de goed volgorde neer te leggen en te benoemen. 
- Leg een rijtje kaartjes met cijfers op chronologische volgorde neer en laat één kaartje weg. Welke mist er?




Voor  midden- en bovenbouw:
Levend sommen memory
Nodig:
- pen en papier
- 2 personen (1 maakt de sommen en de ander zoekt de sommen bij elkaar)

Maak kaartjes waar je sommen opschrijft, waarvan telkens 2 hetzelfde antwoord hebben. Draai ze om en zoek de sommen die bij elkaar horen. 

Rennend rekenen
sommen oefenen, metriekstelsel, deelsommen, etc
nodig:
- ruimte om te rennen (buiten)
- stoepkrijt
- sommen
- min. 2 personen


Zet strepen op de grond met een afstand van 0,5 meter. Zet eventueel antwoorden op de grond. Je start aan een van de twee kant.  een noemt de sommen en de ander rent. Ben je met meer dan kunnen er meerdere rennen. Meer uitleg, bekijk het filmpje
 
Sommen oefenen
Nodig:
- 1 bal
- min. 2 personen

Ouder noemt een (keer)som en gooit de bal naar het kind. Het kind herhaalt de som en geeft het antwoord. De bal wordt terug gegooid naar de ouder. De bal kan naar een ander kind gegooid worden met een nieuwe som. Heeft u één kind, laat het kind dan u een som geven, zodat er afwisseling in zit. 

Tik tak boem
Nodig:
- Doos
- timer
- min. 2 personen

Je zet de timer en doet het in een doos. De ouder noemt een som en het kind geeft antwoord. Is het antwoord goed mag de doos doorgegeven worden. Is het antwoord niet goed dan blijft de doos bij jou en krijg je een nieuwe som. 
Bij wie gaat de timer af?

Boe-bah
Nodig:
- 1 persoon, leuker met meer.

Het kind begint met tellen, dit kan ook om de beurt om het moeilijker te maken. Als het deelbaar is door 3 dan zeg je 'boe'en 'bah'als het deelbaar is door 5. Is het beiden deelbaar is door 3 en 5 zeg je 'boe-bah'


Klok kijken
Nodig:
- stoepkrijt
- 2 personen

Uitleg zie filmpje


Sommen zoeken
Nodig:
- pen en papier
- 2 personen

uitleg zie filmpje

Blikgooien (oefenen met optellen) 
Nodig:
- blikken (leeg)
- pen en papier
- zachtballetje/of bolletje sokken

Schrijf met een op een papiertje cijfers op waar jij mee bezig bent, op niveau. (Bijv. bovenbouw hele grote getallen boven de honderd of duizend) Stapel ze in een piramide boven op elkaar.  Ga op een afstandje staan en gooi de blikken om.
Meer uitleg zie filmpje.



Taal/Spelling
Onderbouw:
- Filmpje om letters (of cijfers) te oefenen
- Filmpje om te oefenen met rijmen
Beweegtwister om letters te oefenen. Hier heb je twister of stoepkrijt voor nodig.
- Neem een woord in je hoofd en laat het kind vragen stellen na een korte omschrijving van het voorwerp. Welke kleur, etc. Kies iets wat zichtbaar is op de plek waar je bent. Oefenen met gesprekken en vragen stellen.
- Pak een doek, leg hier verschillende voorwerpen onder. Laat het kind kijken. Leg er een doek overheen en haal 1 voorwerp weg. Laat het kind goed nadenken wat er weg is. Je leert hier mee je geheugen te trainen.
- Letterflitsen, maak kaartjes met de letters erop. Laat kinderen de klank van de letter benoemen.


Voor midden- en bovenbouw:
Raad het woord
Nodig:
- min. 2 personen

Schrijf een woord, letter voor letter, op de rug van het kind. Het kind raadt het woord en schrijft het vervolgens op. Je kunt de rollen ook omwisselen. Je kunt het moeilijker maken door zinnen te maken i.p.v. woorden.


Rara, wat omschrijf ik
Nodig 
- min 2 personen

De ouder heeft een woord in zijn/haar hoofd (bijv. van de taallessen 1a, 6a of 11a) en gaat dit woord kort omschrijven. Het kind mag raden wat de ouder in gedachten heeft door vragen te stellen. Als afwisseling kun je de rollen ook omwisselen.


Flitsen
Nodig:
- potlood
- papier
- 2 personen

Je maakt woordkaartjes waar je foutloos woordjes op schrijft uit je woordpakket of kijk in je spellingschrift/werkboek.
Je laat de woorden kort zien en de ander schrijft de woorden op. Tot slot controleer je de opgeschreven woorden.


Onthoudrace (dictee met voorwerpen)
Nodig:
- doek
- pen/potlood en papier
- spullen voor onder de doek
- min. 2 personen.

uitleg zie filmpje


Voorzetsels oefenen.
Nodig:
- stoel/tafel
- min. 2 personen

uitleg zie filmpje


Spellingcatergorieën oefenen
- kies drie categorieën uit van spelling die lastig zijn voor je. 
- werkboek/woordenlijst
- stoepkrijt
- 2 personen

Uitleg zie filmpje
Er is ook nog een andere manier, 
Spelling stuiteren. Bij dit spel heb je ook een bal nodig, naast de spullen van het andere spel.




Energizer
Voor onder-, midden- en bovenbouw:
- Leuk voor warm weer: Sponstrefbal! Nodig: 2 emmer en 4 sponsen. Handig om dit buiten te doen ;)

- Beweegchallenge, bekijk het filmpjes 1, 23, 4, 5, 6, 7, 8, 910, 11, 12 13, 1415161718 en 19. Alles wordt uitgelegd. 
- Bobbelbaan challenge, maak een bobbelbaan in je huiskamer of tuin. Voorbeeld filmpje
- Speelkaarten gym 
- Boter kaas en eieren fitness, zie hieronder. 
- Letter fitness, zie hieronder.
- Potje steen papier schaar. Wie gaat er winnen? Vergeten hoe het ook al weer gaat, bekijk het filmpje
- Gymbingo: Je kunt tussen elke 'leswisseling' een opdracht uitvoeren
.
- Bewegend ganzenbord.